Sinds 1 januari 2021 moet elke nieuwbouwwoning in Vlaanderen aan de BEN-normen voldoen. Allemaal goed en wel, maar het bouwen van een energieneutrale woning moet wel betaalbaar blijven. En dat kan! Door van meet af aan de kosten zoveel mogelijk te drukken en eventueel zelf de handen uit de mouwen steken.
De kostprijs van een woning is recht evenredig met de bewoonbare oppervlakte ervan. Hoe kleiner een huis, hoe minder materiaal ervoor nodig is, en hoe minder vierkante meter je zal moeten verwarmen en onderhouden. Beperk de oppervlakte daarom tot wat je echt nodig hebt, en probeer elke ruimte optimaal te benutten. In een kinderkamer kan je met behulp van een uitklapbaar bed in de kast een extra logeerplek maken. En in je woonkamer of keuken kan je veelal ook een bureautje kwijt.
Vraag je architect om alle leidingen en aflopen van wc’s, badkamer en keuken zoveel mogelijk te groeperen. Zo bespaar je vele meters aan materialen.
Ook de vorm van de buitenschil bepaalt de prijs van een nieuwbouw. Een strak, kubusvormig ontwerp kost aanzienlijk minder aan grondstoffen en werkuren dan een woning met inhammen of elementen die uit de gevel springen.
Het gebruik van veel en hoge glaspartijen biedt veel voordelen. Zo kan je er onder andere een maximum aan daglicht mee binnen halen. Maar glaspartijen zijn over het algemeen duurder dan traditionele constructies in metselwerk.
Om het S-peil zo laag mogelijk te houden, is het raadzaam om, zeker aan de noordkant van je woning, terughoudend te zijn met riante ramen. Aan de zuid- en westkant mogen ramen iets ruimer bemeten zijn, maar dan moet je die zeker combineren met raamprofielen met thermische versterking in een goed isolerend materiaal, met een goede luchtdichtheid en met zonnewering. Richtinggevend is een raamoppervlakte van maximaal 30 procent van de totale vloeroppervlakte.
Bespaar nooit op isolatie, en ook niet op je verwarmings- en ventilatiesysteem. Het zijn trouwens meestal niet deze zaken die een huis bouwen duurder maken dan verwacht, maar wel de inrichting en de afwerking. Als je krap bij kas zit, ga dan voor goedkopere materialen of voorlopige oplossingen. Een trap in beuk is veel betaalbaarder dan een eiken trap, sommige keramische tegels stralen evenveel klasse uit als dure natuursteen, laminaat is budgetvriendelijk alternatief voor parket, goedkope schilderdeuren kan je later nog vervangen door duurdere exemplaren, en je kan gerust hier en daar een peertje laten hangen tot je budget het toelaat om designarmaturen te kopen. Ook de keuken van je dromen kan je een tijd uitstellen. Start bijvoorbeeld met eenvoudige, vrijstaande kasten en koop niet meteen de duurste toestellen.
Als je handig bent, en voldoende gemotiveerd, kan je flink wat besparen door zelf de handen uit de mouwen te steken. Denk aan dakisolatie, schilderen en behangen, of het plaatsen van gipsplaten. Bij sommige firma’s kan je terecht voor zelfbouwpakketten met, naast alle onderdelen, gedetailleerde montageplannen en instructievideo’s om zelf je verwarming, elektriciteit, ventilatie of sanitair te installeren. Maar opgelet: zelf doen is niet altijd lonend. Veel hangt af van je bekwaamheid, het soort werken dat je wil uitvoeren, en het gereedschap dat je nodig hebt. Als je zelf materialen koopt, moet je 21 % btw betalen (een aannemer betaalt 6 %), en je zal nooit dezelfde kortingen krijgen als de aannemer. Waag je in elk geval nooit aan werken die gevaarlijk zijn (zoals dakwerken) of die streng zijn gereglementeerd (zoals gas). Ook het metselen van dragende muren of het verwerken van dure materialen laat je het best over aan vaklui.